medische keuring

Door de medische keuring

We kunnen er niet omheen. Eens in de zoveel tijd moeten we door de medische keuring. We, is in dit geval onze zoon van bijna tien jaar. Voor de machtiging van de sondevoeding bijvoorbeeld. Daar hebben we toch eens per jaar een handtekening van de kinderarts of diëtiste voor nodig. Dit keer zaten we bij het zorgloket voor de verlenging van de gehandicapten parkeerkaart. Voor de derde keer. Omdat een wandeling naar de stad een hele opgave kan zijn voor onze negenjarige. En omdat we altijd apparatuur en zuurstof mee moeten nemen als we een dagje uit gaan, just in case. En omdat we bij het ziekenhuis moeten parkeren als hij goed ziek is en door een arts moet worden gezien. We kunnen dan niet de hele parkeerplaats over met een ziek jongetje, een zuurstoffles in de ene hand en de uitzuigkoffer in de andere. Zijn medische situatie is al jaren onveranderd maar toch hebben we om de twee jaar die handtekening nodig.

Maar mama, ik ben toch niet gehandicapt? Nee klopt schat, maar zo heet die kaart nou eenmaal. Er is geen parkeerkaart voor kinderen met een slechte conditie.

Een gesprekje vooraf

Voor de medische keuring heb ik even een gesprekje met Juliën. “Thuis benoemen we altijd wat wél goed gaat en wat je wél goed kunt want dat vinden we veel belangrijker. Maar deze meneer wil graag weten wat er juist niet goed gaat. We gaan niet liegen, maar we gaan het ook niet mooier maken dan het is. Gewoon eerlijk zijn oké?” En meer woorden heb ik er niet aan vuil gemaakt. Juliën leek het te begrijpen.

We komen binnen, schudden handen en gaan zitten. De medisch adviseur kijkt vriendelijk en vraagt aan Juliën of hij zijn vragen gaat beantwoorden, of mama. “Vraag mama maar hoor, die weet altijd alles.” Zegt hij een beetje ongemakkelijk, wat zomaar geïnterpreteerd kan worden als ongeïnteresseerd. “Goed”, zegt de aardige meneer en kijkt met een schuin oog naar de verlopen parkeerkaart die ik demonstratief op tafel leg. “Het gaat om een verlenging zie ik? En waarom moet hij verlengt worden?”

Ik steek van wal

Ook wat ongemakkelijk, want ik hou er helemaal niet van om op te sommen wat er allemaal ‘mis’ is met mijn zoon terwijl hij naast me zit. Daarbij voelt het heel raar om te moeten bewijzen dat we die kaart nodig hebben. Een soort van pitch over de medische status van mijn zoon en dan maar hopen dat die slecht genoeg is. Maar wat moet, dat moet dus daar gaan we:

“Zoals u ziet heeft mijn zoon een tracheacanule…”
“Euh, mam, dat heet gewoon een canule hoor.”
“Ja klopt Juul, zo korten we het altijd af. Maar officieel heet dat een tracheacanule.” Zeg ik verbaasd en ik ga verder: “Hij heeft nachtelijke beademing en een verminderde conditie omdat hij maar één long heeft.”
“Ik heb helemaal niet maar één long!” Hoor ik naast me.
“Sorry, wát???” Zeg ik nog verbaasder.
En Juliën zegt nogmaals: Ik heb niet maar één long, ik heb twee longen.”
“Juliën, je hebt wél maar één long!” stamel ik en ik voel dat ik een rood hoofd krijg.
“De dokter zei dat ik twee longen heb, maar dat één maar heel klein is. Dus ik heb wel twee longen.”

Vragenrondje

De keuringsarts liet niet merken wat hij dacht en vervolgde zijn vragen rondje aan Juliën. “Hoe het gaat als je op de fiets naar school gaat, is dat vermoeiend voor je? Kan je meekomen met de gymles? Zonder problemen twee trappen op rennen?” Mijn antwoord zou zijn: “Dat probeert hij allemaal en soms lukt dat. Op de dagen dat hij fit is en goed in zijn vel zit. Maar als hij verkouden is, ziek wordt of net is geweest, of een slechte nacht heeft gehad dan is dit allemaal te veel voor hem. En dan zou ik geen woord liegen. Maar ik hield me stil, er van uit gaande dat Juliën hetzelfde antwoord zou geven. Maar Juliën vond het allemaal nog wel mee vallen blijkbaar en zei dat dus ook. “Nee hoor, lukt wel. Ik kan wel goed meekomen.”

Volgens mij vond de beste man deze medische keuring ook een formaliteit en probeerde hij ergens een antwoord van Juliën te krijgen waar hij wat mee kon dus hij ging door met vragen stellen. Toen ik merkte dat Juliën zich groot bleef houden, heb ik het gesprek toch maar even overgenomen om te vertellen hoe de vork in de steel zit. De keuringsarts hoorde het aan en sloot het gesprek af: “Ik denk dat jullie en hij voor genoeg uitdagingen komen te staan en ik ga het niet moeilijker maken dan het al is. Ik ga een positief advies uitbrengen, dus die parkeerkaart wordt verlengd.” Goud, deze man. Ik heb hem een hartelijke hand geschud en bedankt. Opgelucht maar verbaasd over de antwoorden van mijn zoon verliet ik het pand.

Het gaat toch goed met me?

Toen ik eenmaal thuis aan Juliën vroeg waarom hij dat nou deed zei hij: “het gaat toch goed met me? We mogen niet liegen zei je, toch?” Tja, ergens heeft hij wel gelijk. Het is ook allemaal zo ingewikkeld, die grote mensen dingen. Binnenkort hebben we weer een afspraak. Geen medische keuring, maar voor de herindicatie van het persoonsgebonden budget. Dit pgb ontvangen we voor hem om de verpleegkundigen mee uit te betalen die zijn opgeleid om canulezorg te geven.. Ook daar moet hij bij zijn, we houden onze hart vast. Want voor die indicatie moeten we alle handelingen die we op een dag doen, doornemen. Ik hoop dat we dan ook iemand tegenover ons hebben zitten die er doorheen kan prikken als Juliën alles waar hij geen zin in heeft gaat tegenspreken…


Vind je het leuk meer om meer van mij en mijn bijzondere gezin te zien? Volg mij dan op Instagram. >klik hier< In mijn stories doe ik dagelijks verslag van mijn niet zo alledaagse leven.

Leave a reply:

Your email address will not be published.

Site Footer