slaapdokter

Als je kind naar de slaapdokter moet

Onze zesjarige zit vol met vragen. Vragen waar ik het antwoord niet op weet, maar de dokter misschien wel. We spraken af dat hij zijn vragen zou onthouden om aan de dokter te stellen. Afgelopen vrijdag was het zo ver, hij stond weer op het programma voor een operatie. Of: hij moest naar de slaapdokter. Dat klinkt iets gezelliger. Het leek zo mooi bedacht, alle vragen onthouden en op de dokter afvuren. Alleen hadden we geen rekening gehouden met zijn zenuwen. Hij moest die dag naar de slaapdokter, dus het was natuurlijk veel te spannend voor hem. Toen hij de dokter eenmaal zag durfde hij nog net zijn handje te schudden.

1 april, Ronald mc Donald huis in Rotterdam.

Zes uur ’s ochtends, we slapen met z’n drieën in het Ronald mc Donald huis en de wekker gaat. We moeten onze zesjarige altijd nuchter afleveren bij de slaapdokter, dus dit is zijn laatste kans van vandaag om nog even een slokje te drinken. Als ik terug in bed wil gaan liggen om nog even te dommelen is mijn plekje bezet.

“Mama mag ik even bij jou liggen?” Was de vraag waar het antwoord natuurlijk ja op is. Nog even knuffelen. Hem nog even in mijn armen beschermen voor de boze buitenwereld, want straks moet ik hem weer overdragen aan de witte jassen.

Dan moet ik hem zo hard knuffelen zodat hij zich niet kan verzetten en zich moet overgeven aan de diepe slaap. De slaap die nodig is zodat de KNO arts hem van binnen kan bekijken. Nog even niet aan denken. Ik wil voor altijd zo blijven liggen.

Hij staat om tien uur op het programma, om half acht moeten we ons op de afdeling melden. Het zal niet de eerste keer zijn dat dat uit loopt, dus we settelen ons op en rond het ziekenhuisbed. Lang leve de multimedia. Mijn zoon kijkt een film op de iPad, ik scroll verveeld door de tijdlijn van mijn Facebook en Instagram. Zijn vader haalt een kopje koffie. En haalt een krantje. En maakt een praatje op de gang met de dokter. Hij heeft geen zitvlees.

Om de tien minuten moet ik hem gerust stellen dat hij nog niet aan de beurt is. Tot de telefoon gaat en iemand komt vertellen dat we hem naar de o.k mogen brengen. Moeten brengen.

Meteen dikke tranen bij mijn zoon en ik voel dat mijn muurtje zich optrekt. Tijd om de beschermende mama modus uit te zetten. Hier kan ik hem niet tegen beschermen. Sterker nog, ik moet hem zo ver zien te krijgen dat hij de o.k naar binnen gaat. Zoals altijd bedenkt hij zelf hoe hij het wil doen. Hij wil niet in het bed over de gangen van het ziekenhuis geduwd worden, niet opgetild worden door papa, maar hij wil zelf lopen. En dat mag natuurlijk.

Dikke tranen

Hij sjokt verdrietig en protesterend over de gang. Dikke tranen lopen over zijn groen met wit gestreepte o.k pyjama. Ik wil niet, waarom moet dat steeds, ik ben bang, en meer van dit soort kreten die mijn beschermende moederhart in stukjes zouden breken als ik haar niet had weggestopt achter het muurtje.

We hebben eerder met dit bijltje gehakt. Al vanaf dat onze mini man als zorgenbaby geboren werd. Alleen is onze kleine zorgenbaby een zorgendreumes geworden en inmiddels een zorgenkind van zes jaar. Het besef van mijn steeds groter wordende zorgenkind wordt ook steeds groter. Hem maak je niks meer wijs en mooier dan het is kunnen we het ook niet maken.

Als hij onder zeil is en ik heb hem overgedragen aan de mensen achter de mondkapjes hoef ik even niet meer sterk te zijn. Mijn muurtje brokkelt bij elke stap die ik zet verder af en nu is het mijn beurt voor de dikke tranen. En ook ik sjok verdrietig over de gang. Ook al is dit de zoveelste keer dit ritueel zich herhaalt, het went nooit.

Leave a reply:

Your email address will not be published.

Site Footer